toelaten
التعريفات والمعاني
== Dutch ==
=== Etymology ===
From Middle Dutch toelaten, from Old Dutch *tuolātan, from Proto-West Germanic *tōlātan. Equivalent to toe- + laten. Cognate with German zulassen.
=== Pronunciation ===
IPA(key): /ˈtuˌlaː.tə(n)/
Hyphenation: toe‧la‧ten
=== Verb ===
toelaten
to allow, tolerate
Synonyms: toestaan, permitteren
De leraar zal laatkomers toelaten in de les. ― The teacher will allow latecomers in the class.
We moeten andere standpunten toelaten in het debat. ― We need to tolerate other viewpoints in the debate.
to condone
Het is belangrijk dat we geen wangedrag toelaten in onze organisatie. ― It's important that we do not condone misconduct in our organization.
Als samenleving mogen we geweld nooit toelaten. ― As a society, we should never condone violence.
to admit, receive
De universiteit zal nieuwe studenten toelaten in september. ― The university will admit new students in September.
De ziekenhuizen kunnen nu meer patiënten toelaten voor behandeling. ― The hospitals can now receive more patients for treatment.
==== Conjugation ====
==== Derived terms ====
==== Descendants ====
Afrikaans: toelaat
Negerhollands: laet tu
=== Anagrams ===
laten toe