ondergaan
التعريفات والمعاني
== Afrikaans ==
=== Etymology 1 ===
From Dutch ondergáán, from Middle Dutch ondergaen. Equivalent to onder- + gaan.
==== Verb ====
ondergaan (present ondergaan, present participle ondergaande, past participle ondergaan)
to undergo, to endure
=== Etymology 2 ===
From Dutch óndergaan, from Middle Dutch ondergaen. Equivalent to onder + gaan.
==== Verb ====
ondergaan (present gaan onder, present participle ondergaande, past participle ondergegaan)
to go down, to set
== Dutch ==
=== Etymology 1 ===
From Middle Dutch ondergaen. Equivalent to onder- + gaan.
==== Pronunciation ====
IPA(key): /ˌɔndərˈɣaːn/
Rhymes: -aːn
==== Verb ====
ondergaan, ondergáán
to undergo, endure
Hij onderging zijn straf. ― He underwent his punishment.
to put up with
Ik wil die herrie niet meer ondergaan. ― I don't want to put up with that noise.
===== Conjugation =====
===== Synonyms =====
harden
uithouden
uitstaan
velen
verdragen
==== Participle ====
ondergaan
past participle of ondergaan
===== Declension =====
=== Etymology 2 ===
From Middle Dutch ondergaen. Equivalent to onder + gaan.
==== Pronunciation ====
IPA(key): /ˈɔndərˌɣaːn/
==== Verb ====
ondergaan, óndergaan
to go down; to set
De zon ging onder. ― The sun went down.
De ondergaande zon. ― The setting sun.
===== Conjugation =====
===== Derived terms =====
=== Anagrams ===
aandronge, aangorden, dronge aan, gaan onder, gorden aan